Ondernemingsrecht Bestuur en toezicht Faillissementsrecht

De positie/bescherming van minderheidsaandeelhouders in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in het licht van de vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht

3-4-2012

Danielle van der Wulp
Eind 2009 is het wetsvoorstel ‘Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de regeling voor besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid’ (Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht) met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer.

Voorgaand wetsvoorstel wordt in dit artikel aangehaald als: ‘Wet Flex-bv’. Het bijbehorende voorstel ‘Aanpassing van de wetgeving en invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht’ (Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht), is in oktober 2011 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. Voorgaand voorstel wordt in dit artikel aangehaald als: ‘Invoeringswet’. De Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie heeft op 20 december 2011 het voorlopig verslag uitgebracht ten aanzien van deze wetsvoorstellen [1] en op 1 maart 2012 is de memorie van antwoord uitgebracht [2]. De Wet Flex-bv  en de Invoeringswet worden hierna gezamenlijk aangehaald als: ‘de Wetsvoorstellen’.

Wijziging Boek 2 BW

Veel wettelijke bepalingen voor een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (hierna te noemen: ‘bv’)  worden momenteel door ondernemers als star en onnodig belastend ervaren. De Wetsvoorstellen beogen de regels voor bv’s daarom eenvoudiger en flexibeler te maken.  De hoofdlijnen van de Wetsvoorstellen zijn: meer vrijheid van inrichting van de bv en een evenwichtig systeem van crediteurenbescherming. Wijzigingen hierbij zijn het vervallen van de verplichte blokkering van de overdraagbaarheid van aandelen, verruiming van de mogelijkheden om besluitvorming buiten de algemene vergadering te laten plaatsvinden, verbetering van de wettelijke geschillenregeling en invoering van de mogelijkheid om in de statuten te voorzien in stemrechtloze of winstrechtloze aandelen of in een flexibele verdeling van stemrecht [3].

In dit artikel zal ik (in een notendop) uiteen zetten wat de Wetsvoorstellen betekenen voor de positie van een minderheidsaandeelhouder binnen een bv en hoe zij beschermd worden. Overige wijzigingen (anders dan wijzigingen voor aandeelhouders) van Boek 2 BW door de Wetsvoorstellen en de gevolgen daarvan voor een bv, worden in dit artikel buiten beschouwing gelaten.

Positie minderheidsaandeelhouder na ingang van de Wetsvoorstellen

Met de Wetsvoorstellen wordt er meer vrijheid van inrichting van de bv gecreëerd. Zo wordt art. 2:192 BW uitgebreid met o.a. de bepaling dat de statuten van een bv kunnen bepalen dat aan aandelen van een bepaalde soort of aanduiding verplichtingen van verbintenisrechtelijke aard kunnen worden verbonden, aandelen in bepaalde gevallen aangeboden of overgedragen moeten worden door een aandeelhouder en er eisen aan het aandeelhouderschap gesteld kunnen worden. De statuten kunnen daarnaast bepalen dat indien een aandeelhouder niet aan een statutaire eis voldoet of de statutaire bepalingen niet naleeft, het stemrecht, het recht op uitkeringen en het vergaderrecht van de betreffende aandeelhouder opgeschort wordt.

Indien de minderheidsaandeelhouder niet beschermd wordt (door de wet) zou bovenstaande wetswijziging er toe kunnen leiden dat de minderheidsaandeelhouder, op basis van de statuten/een wijziging van de statuten, wordt geconfronteerd met een wijziging van zijn rechten en plichten (aanvulling op wettelijke plichten). Zo zou een statutenwijziging er toe kunnen leiden dat een verplichting van verbintenisrechtelijke aard aan de aandelen van een minderheidsaandeelhouder wordt gekoppeld. Bijvoorbeeld, de plicht om producten te verstrekken aan de vennootschap. Overeenkomsten tussen aandeelhouders onderling kunnen namelijk op basis van de wijziging van art. 2:192 BW in de statuten worden opgenomen. Aangezien deze overeenkomsten deel gaan uitmaken van de statuten, gelden zij niet slechts tussen (enkele) aandeelhouders onderling, maar voor alle aandeelhouders en daarmee bijvoorbeeld ook voor toekomstige aandeelhouders. Het niet naleven van statutaire bepalingen kan leiden tot vennootschapsrechtelijke sancties, zoals opschorting van het stemrecht.[4]

Ook kan er in de statuten vastgelegd worden dat aandelen in bepaalde (in de statuten vastgelegde) gevallen aangeboden of overgedragen moeten worden door een aandeelhouder en er eisen aan het aandeelhouderschap gesteld kunnen worden. De statuten kunnen daarnaast bepalen dat indien een aandeelhouder niet aan een statutaire eis voldoet of de statutaire bepalingen niet naleeft, het stemrecht, het recht op uitkeringen en het vergaderrecht van de betreffende aandeelhouder opgeschort wordt (vennootschapsrechtelijke sanctie). Dit  kan derhalve  (zware) verplichtingen opleggen aan een minderheidsaandeelhouder, indien het voor de aandeelhouder lastig is te voldoen aan de statutaire eisen en er een sanctie opgelegd kan worden.

Het huidige artikel 2:195 BW beperkt de vrije overdraagbaarheid van aandelen tot een in de wet genoemde kring van personen. Voor iedere andere overdracht moeten de statuten een blokkeringsregeling bevatten. Art. 2:195 BW zal, na inwerkingtreding van de Wetsvoorstellen, de huidige verplichte blokkeringsregeling ten aanzien van aandelen slechts nog optioneel stellen. Een blokkeringsregeling is 1) een goedkeuringsregeling, waarbij een orgaan binnen de bv de overdracht moet goedkeuren, of 2) een aanbiedingsregeling, waarbij de aandelen eerst aan alle medeaandeelhouders moeten worden aangeboden.[5] In het Wetsvoorstel is geregeld dat de blokkeringsregeling geldt, behalve als daar statutair vanaf wordt gezien. Hiermee blijft het besloten karakter van een bv desgewenst gewaarborgd, maar is een dergelijke regeling niet meer verplicht. Met name het optioneel stellen van een aanbiedingsregeling kan nadelig zijn voor een minderheidsaandeelhouder, omdat aandeelhouders die uit willen treden niet meer verplicht zijn om hun aandelen eerst (naar ratio) aan de overige aandeelhouders aan te bieden. Het wegvallen van de verplichte blokkeringsregeling kan dus leiden tot machtsverschuivingen binnen de vennootschap.

Ook worden met de invoering van de Wetsvoorstellen, artikel 2:216 en artikel 2:228 BW gewijzigd. In principe zijn alle aandeelhouders van een bv gelijk en kan alleen door het uitgeven van verschillende soorten aandelen onderscheid gemaakt worden tussen verschillende soorten aandeelhouders. Het wordt, met de inwerkingtreding van de Wetsvoorstellen, echter wel mogelijk om winstrechtloze- of stemrechtloze aandelen te creëren, mits dit in de statuten van de bv wordt opgenomen [6]. Voor een minderheidsaandeelhouder is het van belang dat hem bescherming wordt geboden ten aanzien van zijn winst en zijn stemrecht. Een minderheidsaandeelhouder zou anders bijvoorbeeld tegen zijn wil geconfronteerd kunnen worden met een besluit dat het stemrecht aan zijn aandelen ontneemt of met een besluit dat zijn aandeel in de winstuitkering van de vennootschap ontneemt.

Bescherming minderheidsaandeelhouder na ingang van de Wetsvoorstellen

In de Memorie van Toelichting behorende bij de Wet Flex-bv is gemeld dat de grotere vrijheid van inrichting van een bv tot gevolg heeft dat bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de positie van minderheidsaandeelhouders. Zij lopen het risico dat de meerderheid van de aandeelhouders, als gevolg van de grotere vrijheid van inrichting, de minderheid van de aandeelhouders benadeelt. De Wetsvoorstellen bieden daarom een aantal minimumwaarborgen voor de bescherming van de minderheidsaandeelhouder.[7]

Deze bescherming van de minderheidsaandeelhouder mag niet ten koste gaan van de vereenvoudiging en flexibilisering van de bv, die met de Wetsvoorstellen wordt nagestreefd, aldus de wetgever. In een algemene vergadering geldt (ook onder het huidige BW) al het principe dat de minderheidsaandeelhouder zich in beginsel moet schikken in de besluitvorming door de meerderheid. Hierbij is van belang dat aandeelhouders zich in hun onderlinge verhoudingen laten leiden door de redelijkheid en billijkheid voortvloeiende uit artikel 2:8 BW. Alleen wanneer het risico bestaat dat het meerderheidsbelang wordt misbruikt of waar essentiële rechten van aandeelhouders in het geding zijn, ligt specifieke wettelijke bescherming van de minderheidsaandeelhouder in de rede.[8]

De wetsvoorstellen bevatten een aantal bepalingen die de (positie van de) minderheidsaandeelhouder trachten te beschermen.

Wil aandeelhouder

Zo is bijvoorbeeld bepaald dat een regeling niet tegen de wil van een aandeelhouder kan worden opgelegd. Dit is onder andere het geval bij het statutair vastleggen van een verplichting van verbintenisrechtelijke aard (artikel 2:192 BW), zoals ik hierboven al heb aangehaald. Art. 2:192 BW geeft aan dat statuten kunnen:

a) bepalen dat verplichtingen van verbintenisrechtelijke aard, jegens de vennootschap of derden of tussen aandeelhouders, aan het aandeelhouderschap zijn verbonden;

b) eisen verbinden aan het aandeelhouderschap;

c) bepalen dat de aandeelhouder in gevallen, in de statuten omschreven, gehouden is zijn aandelen of een deel daarvan aan te bieden en over te dragen.

Om de (minderheids)aandeelhouder te beschermen is daaraan toegevoegd, dat een dergelijke verplichting of eis niet, ook niet onder voorwaarde of tijdsbepaling, tegen de wil van de aandeelhouder kan worden opgelegd.[9] Bij toetreding van een eventuele nieuwe aandeelhouder in de bv is deze aandeelhouder wel gebonden aan de statutaire bepaling.

Unanimiteit

Waar een statutenwijziging kan leiden tot wijziging van belangrijke aandeelhoudersrechten, zoals het stemrecht en het vergaderrecht, worden extra eisen gesteld aan de besluitvorming. Zo is (om minderheidsaandeelhouders te beschermen) door de wetgever ten aanzien van bepaalde situaties besloten om unanimiteit verplicht te stellen. Voorbeelden hiervan zijn de invoering van een statutaire uitsluiting van de overdraagbaarheid van aandelen (blokkeringsregeling) gedurende een bepaalde termijn (artikel 2:195 BW) en een wijziging in de stemrechtverdeling (artikel 2:228 BW).[10] De minderheidsaandeelhouder wordt door het vereiste van de unanimiteit beschermd ten aanzien van statutaire wijzigingen betreffende de overdraagbaarheid van (zijn) aandelen, zodat de aandeelhouder invloed kan uitoefenen op gevolgen van overdraagbaarheid, zoals verschuiving van de machtsverhouding tussen aandeelhouders. Verschuiving van de machtsverhoudingen kan ook een gevolg zijn door een wijziging van de stemrechtverdeling. Om de minderheidsaandeelhouder bescherming te bieden geldt ook hier het vereiste van unanimiteit.

Ook ten aanzien van statutenwijzingen ten aanzien van de winstuitkering/verdeling (artikel 2:116 BW) is, om de minderheidsaandeelhouder te beschermen, unanimiteit vereist. In voorgaand artikel is bepaald dat bij de statuten kan worden bepaald dat aandelen van een bijzondere soort of aanduiding geen of slechts beperkt recht geven tot deling in de winst of reserves van de vennootschap. Voor een dergelijke statutaire regeling is instemming vereist van alle houders van aandelen waaraan de statutenwijziging afbreuk doet.

Geschillenregeling

Daarnaast speelt de geschillenregeling een rol in de bescherming van de minderheidsaandeelhouder. De geschillenregeling is te vinden in: afdeling 1 van titel 8 van Boek 2 BW. De geschillenregeling wordt met de Wetsvoorstellen toegespitst op de nieuwe wettelijke regeling voor de bv. Een minderheidsaandeelhouder heeft een uittreedrecht via de geschillenregeling, indien het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd. Ook bestaat er de mogelijkheid een aandeelhouder uit de vennootschap te stoten [11]. Door stroomlijning en versnelling van de procedure zal het uittreedrecht een effectiever instrument moeten worden voor de minderheidsaandeelhouder, die onredelijk in zijn belangen wordt geschaad, aldus de wetgever.[12]

Momenteel (onder het huidige BW) dient eerst een onherroepelijke veroordeling tot uittreding/uitstoting te worden uitgesproken, waarna geoordeeld wordt tegen welke prijs de aandelen moeten worden overgedragen. De procedure duurt gemiddeld meer dan 5 jaar. De nieuwe geschillenregeling, zoals voortvloeiende uit de Wetsvoorstellen, zal naar verwachting 1 tot 1,5 jaar duren.[13] Op deze manier wordt de minderheidsaandeelhouder (sneller) bescherming geboden, indien hij onredelijk in zijn belangen wordt geschaad.

Conclusie

Op basis van de Wetsvoorstellen kunnen minderheidsaandeelhouders in beginsel aangetast worden in hun recht, plichten en positie door wijzigingen van statutaire bepalingen. De belangrijkste wijzigingen van dergelijke bepalingen zien op het recht om verbintenisrechtelijke verplichtingen in de statuten vast te leggen, het aanbieden/overdragen van aandelen in bepaalde situaties verplicht te stellen, eisen aan het aandeelhouderschap te stellen en sancties op te leggen, indien er niet wordt voldaan aan statutaire eisen. Ook kunnen wijzigingen in statutaire bepalingen ten aanzien van de blokkeringsregeling (goedkeurings- en aanbiedingsregeling) leiden tot een wijziging van de rechten, plichten en positie van een minderheidsaandeelhouder en kunnen de machtsverhoudingen tussen aandeelhouders verschuiven. Hetzelfde geldt voor de mogelijke statutaire wijzigingen ten aanzien van winstrecht en stemrecht.

Mijns inziens biedt de wetgever een goede bescherming van de positie van een minderheidsaandeelhouder, door bovenstaande mogelijke wijzigingen in statutaire bepalingen afhankelijk te stellen van het  vereiste van unanimiteit of het vereiste dat de wijziging niet tegen de wil van een aandeelhouder kan worden opgelegd. Op deze manier wordt (in de meeste gevallen) voorkomen dat de minderheidsaandeelhouder ongewenst wordt geconfronteerd met een wijziging van zijn rechten, plichten of positie. Of de Wetsvoorstellen in de praktijk daadwerkelijk voldoende bescherming bieden voor aandeelhouders, of dat er veel geschillen tussen aandeelhouders zullen ontstaan, zal echter pas in de toekomst blijken.

USG Juristen

De auteur van dit artikel is jurist bij USG Juristen. Graag delen wij onze kennis over, en onze ervaring met diverse juridische vraagstukken die er voor u toe doen.

--------------------------------------------------------------------------------

[1] Eerste Kamer der Staten-Generaal, http://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/32426_invoeringswet

[2] Memorie van Antwoord, http://www.eerstekamer.nl/behandeling/20120301/memorie_van_antwoord_2/document3/f=/vixi895pkezj.pdf

[3] Memorie van Toelichting, Kamerstuk 31058 nr. 3, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/31058/kst-31058-3?resultIndex=53&sorttype=1&sortorder=4

[4] Idem

[5] Nieuw B.V. recht, BV Compleet, http://www.bvcompleet.nl/nieuws/nieuw_bv_recht

[6] Idem

[7] Zie noot 2

[8] Zie noot 2

[9] Zie noot 2

[10] Zie noot 2

[11] Houthoff Buruma, News Update, Vereenvoudiging en flexibilisering B.V.-recht, 29 januari 2010,

http://www.houthoff.com/_files-cms/file/Newsupdates/Legal%20Alert%20Flex%20BV%20NL.pdf

[12] Zie noot 2

[13] Zie noot 10

« Terug

Reacties

Er zijn geen reacties op dit artikel.

Uw reactie
Naam:
Reactie:
Validatie:
[Neem de cijfers over]

Schrijf je in bij Juristenweblog.nl

Recente artikelen

1-4-2014

Participatiewet: over solidariteit, maatwerk en bezuinigingen

Gemeenten krijgen op sociaal gebied de komende jaren te maken met drie decentralisaties, te weten: d ...

31-3-2014

Hij is groot, en ik ben klein... - Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten van invloed op algemene voorwaarden en overeenkomsten

Ondernemers die zaken doen met consumenten doen er goed aan een goede afweging te maken alvorens in ...

10-3-2014

Enige handeling vereist voor vergoeding buitengerechtelijke kosten?

In een tussenvonnis van de rechtbank Gelderland van 23 oktober 2013 is een impasse gesignaleerd tuss ...